
Bij het station zingt de Cetti’s zanger maar ook een onbekende vogel – een grasmus. ‘Op en neergaand riedeltje, tamelijk scherp en krassend’. De horizon is vreemd oranje, vermoedelijk als gevolg van de branden op de Veluwe. Op de weg families grauwe ganzen. Bloeiend fluitekruid en koolzaad; fazant, houtduif en tjiftjaf laten zch horen.
In de Hortus een nijlgans luid roepend op een koepel van de Sterrewacht. Rondje tuin met stagiaire L, die bezig is met een zoekkaart vlinders. Vanzelf letten we er nu meer op: we scoren een boomblauwtje.
In het tuinhuis is een koolmeesje naar binnen gevlogen, het vindt gelukkig de weg naar buiten ook weer.















