Dinsdag 26 mei 2026, Leiden

Een heggemusje scharrelt op de stoep als ik naar het station loop. Mistdeken en geel oplichtend riet in de opkomende zon als ik op de trein wacht. Een op het oog volwassen ekster zit te bedelen en wordt gevoerd. Kwetterend groepje van vijf boerenzwaluwen. Zingende winterkoning, Cett’s zanger, rietzanger, scholeksters, tureluurs. In de Leidse Hortus wordt gesproeid. Koffie achter het tuinhuis, babbelende gaaien in de moerascypres.
De Vic groeit uitzinnig; volgens collega T. dankzij de verse klei uit de beek in de Varentuin.
Een boomkruiper loopt aan de onderkant van een horizontale tak van de Oostenrijkse den, boven de hoofden van mijn stagiaire & mij. Praat drie studenten bij in de schaduw op het bolwerk. Heel warme dag. Kan meerijden naar huis, ’s avonds in de koelte nog wat klussen en tekenen.

Scroll naar boven